Een therapiehond.

Of te wel, een hond die een kind of volwassene met autisme/ aanverwante contactstoornissen of psychiatrische problemen begeleid, ondersteund, helpt en waar de hond een echt maatje voor is.

Therapiehonden worden bij kinderen vooral ingezet als het gaat om klassiek autisme. Wanneer er een aanvraag ingediend wordt voor een therapiehond, is het traject exact hetzelfde als bij een kinderhulphond. Ook nu zal in overleg met het gezin gezocht worden naar een geschikt nest. De Stichting selecteert dan uit het nest twee of drie pups die  in aanmerking komen voor het gezin en de opleiding. En daar zit dus het verschil. Het is van groot belang dat de pup namelijk het kind uitkiest. Dan weet je zeker dat er goede “klik“is. Dat de pup het kind goed aan voelt. En doordat de Stichting al maximaal drie pups heeft geselecteerd is dit mogelijk. Pups die een eventuele toekomst als therapiehond tegemoet gaan worden uitgekozen op de volgende punten:

  1. mensgerichtheid
  2. stabiel in karakter
  3. niet bang voor harde geluiden en anders heel snel herstellend
  4. niet bang voor onverwachte bewegingen
  5. goed reageren op gebaren
  6. goed reageren op stem
  7. dwangtesten goed doorstaan
  8. stevig aaien geen probleem vinden
  9. mens willen volgen

De opleiding begint nu ook van pup af aan. Kind en pup groeien samen op. Een kind met autisme moet vertrouwen krijgen in de hond

De hond goed leren kennen. Door een pup in huis te nemen die een goede klik heeft met het kind, heb je een goede basis om de opleiding mee te starten. Tijdens de opleiding zal er veel aandacht besteed worden aan het aaien, knuffelen en contact maken. Maar niet alleen tussen kind en hond. Een therapiehond in opleiding leert ook om geaaid te worden door mensen op straat, door kinderen van de school, door opa’s en oma’s in het verzorgingstehuis. De hond moet contact zoeken met mensen, waardoor het kind gaat zien en merken dat het niet “eng” is. De therapiehond wordt de begeleider van het kind. Honden die getraind worden tot therapiehond zijn heel sociaal, niet bang, terughoudend en ook niet heel erg gericht op maar één persoon. Ook onhandige en wat hardere knuffels vindt de hond niet erg. Therapiehonden moeten er tegen kunnen wanneer er een keer per ongeluk aan de staart getrokken of oren getrokken wordt.

 

Waarom een hond bij een kind met autisme :

  • Durven zich meer open te stellen aan de hond
  • Voelen dat de hond hun neemt zoals ze zijn
  • Voelen zich automatisch aangetrokken tot dieren en haalt hun vaak uit hun eigen wereldje (vaak door vaak aandacht te vragen en vol te houden)
  • Worden gestimuleerd om beter te praten
  • Worden gestimuleerd  om eerst met de hond te kunnen spelen, later misschien met broertjes/zusjes en daarna met kinderen op school.
  • Voelen zich veilig en ontspannen in de buurt van de hond
  • Door het eigen contact van het kind en de hond zal het kind zich emotioneel meer in balans voelen en rustiger worden
  • Door het contact van kind en hond met de buitenwereld zal het kind leren makkelijker contacten te gaan leggen buiten zijn veilige grenzen met de buitenwereld
  • Door het naar buiten gaan met de hond wordt er via de hond indirect contact gemaakt met het kind. Zo leert het kind met autisme langzaamaan dat je mensen kan aankijken bijv.  Kinderen gaan op de hond af, vragen aan het kind wat de naam van de hond is, of ze hond mogen aaien etc.
  • Hij/zij krijgt meer zelfwaardering en voelt zich meer en makkelijker aansluiting krijgen/ ergens bij horen
  • Om voor de hond te moeten zorgen leert het kind ook zorgzaam te zijn